< terug Tip

De schaalvraag: 3 belangrijke punten om ‘m goed te doen

Ben je Oplossingsgericht getraind, dan heb je meestal ook de schaalvraag gehad. Deze coachvraag raakt bijna alle elementen van wat je in een Oplossingsgericht gesprek aan de orde wil laten komen. Het uitvragen van het doel en wat er al werkt, en hoe het eruit ziet als je 1 stapje dichter bij het doel bent. Fijne tool, maar die meer van je vraagt dan je soms denkt. Het kan zo maar zijn dat je nog niet uit dit instrument haalt wat er in zit. Of eh…. dat je ‘m eigenlijk niet goed doet… 😉  In dit blog een paar tips!

#1 : het is een opbouw van vragen

Eigenlijk is ‘de schaalvraag’ een misleidende term. De schaalvraag bestaat in principe uit meerdere stappen en vragen.

Schematische voorstelling van de schaalvraag zoals wij die trainen:

                               ?                             –>
0 ——————————-     X    —————————————— 10
10 = ……

In je vraagstelling beweeg je over de schaal:

  • Je begint bij de 10 : uitvragen van het doel (details gewenste situatie, opbrengst, de 10 is dus …)
  • Dan beweeg je naar links naar de X : Waar sta je nu?
  • Dan verder naar links : Wat zit er tussen de 0 en die X?
  • Dan rechts net voorbij de X : Stel dat je 1 stapje hoger op de schaal staat, wat is er dan anders?

Wanneer is de schaalvraag wel 1 vraag? Heb je eerder al een gesprek gehad met de schaalvraag dan kun je – bij wijze van in het voorbijgaan in de gang – wel als enkele vraag vragen ‘En, waar sta je nu op de schaal?’ en dan erkenning geven voor de progressie, stilstand of achteruitgang.

Maar verder geldt dus: het is niet 1 vraag, maar meerdere vragen in een bepaalde opbouw.

#2 : het gaat er om dat de ander de situatie beoordeelt, niet zichzelf

(Lieve docenten, let op…. )

We zien nog wel eens dat de schaalvraag gebruikt wordt als een soort beoordeling. Dan wordt een soort van schaalvraag gesteld zonder de opbouw die ik hierboven heb beschreven.

Bijvoorbeeld wordt de vraag gesteld:
‘Hoe beoordeel je je eigen gedrag/prestatie als het gaat om […] op een schaal van nul tot tien?’
‘Hoe goed vind je dat je dit project hebt gedaan, op een schaal van nul tot tien?’

Dat heeft dus NIETS met de Oplossingsgerichte schaalvraag te maken!!!!!!
(sorry…ik laat me even gaan. Mijn Oplossingsgerichte hart roert zich 😉 )

Dit soort ‘foute’ schaalvragen gaan over de beoordeling van de persoon, zijn gedrag of prestatie.

Een Oplossingsgerichte coachschaalvraag:

  1. Gaat over het doel van de ander, niet van de vragensteller
  2. Benut de inschatting van de ander over hoe de situatie nu is t.o.v. zijn of haar doel

Het is een groot verschil of je een cijfer hangt aan jezelf of aan de situatie waar je nu in zit t.o.v. een cijfer op de huidige situatie t.o.v. de situatie zoals je die zou willen. Een cijfer op jezelf plakken geeft allerlei effecten (in verdediging schieten, boos worden op jezelf, teleurstelling etc.) die in de weg staan van wat we aan het doen zijn.

Want wat we aan het doen zijn is te verhelderen wat iemand WIL en wat er al WERKT.

Hoe hoog het cijfer is dat de ander nu op de situatie plakt maakt eigenlijk ook niet uit. Het is alleen maar een springplank om onze coachvragen te stellen. Met name door te gaan doorvragen op wat er al werkt / optimistisch stemt / momenten waarop het probleem er minder is etc.

NB : Als we even stil staan bij dat ‘een cijfer geven aan de situatie’…Dat is eigenlijk best wel een flinke knop omzetten in een wereld waarbij de cijfers 0 tot 10 vooral worden geassocieerd met een beoordeling van de prestatie, toch?

(En voor docenten geldt dit al helemaal! Dus logisch dat daar dit misverstand nog meer op de loer ligt. Dus zij hebben een keihard excuus voor een vergissing op dit punt 🙂 )

Tips om dit punt goed aan te pakken:

  • Gebruik de opbouw van de schaalvraag zoals die hoort (zie boven).
  • Let erop dat je echt werkt met het doel van de ander, dus niet met iets dat jij / de organisatie / de opleiding belangrijk vindt.
  • Je mag pas naar een cijfer vragen als de 10, het doel, ‘delicious’ is.

Je kunt dan – zonder het risico dat het een beoordeling wordt – de vraag stellen ‘Je hebt een schaal van nul tot 10, waarbij de 10 is […] en 0 is nog niets daarvan. Waar sta je dan nu op die schaal?’

#3 : zorg bij de schaalvraag voor een werkbaar doel

Wat niet werkt is om de schaalvraag te stellen over een negatief doel, iets dat die ander niet meer wil. Bijvoorbeeld ‘ Ik wil me geen zorgen meer maken over […]’.

Je kunt dit ombuigen naar een positief doel door bijvoorbeeld te vragen:

  • Wat wil je daarvoor in de plaats?
  • Hoe zou dat eruit zien als je je geen zorgen meer maakt?

Wat ook niet werkt is om te werken met een doel dat nog te ver buiten de eigen invloedssfeer van de ander ligt. Zoals : ‘Ik wil een 8 voor mijn tentamen’  of  ‘Dat er 1000 mensen komen op de open dag’. Je moet dit voordat je de schaalvraag doet binnen de eigen invloedssfeer brengen. Gebruik hiervoor vragen als :

  • Welk verschil zou dat voor jou maken?
  • Dus wat je wil bereiken is […] En wat zou dit gesprek hierover nu nuttig kunnen maken?
  • Een 8 zou natuurlijk supermooi zijn… Hoe ziet het er uit als jij bezig bent dat voor elkaar te krijgen? Wat wil je jezelf zien doen om dat mogelijk te maken?

Nu maar lekker aan de bak ermee, succes!

En, hoe vond je dit blog op een schaal van nul tot 10?
Oeps… Da’s wel een schaalvraag, maar geen Oplossingsgerichte hahaha 😉

Delen wordt gewaardeerd.
Zo help je anderen met informatie en zijn wij beter te vinden. Bedankt!

Meld je nu gratis aan

voor Solvitas Tips

Ontvang 1 x per maand de Solvitas Tips, met praktische tips over Oplossingsgericht Werken

(Zo’n 2000 mensen gingen je voor)

Maak kennis met onze Trainingen en workshops
Ik zoek een training voor... Mijn team Mijzelf
LinkedIn
Share