< terug Tip

Er zit meer achter!

Oplossingsgericht coachen als er achterliggende problematiek isJe student laat duidelijk niet het achterste van zijn tong zien. Of je cliënt zit in een herhalend destructief patroon maar ziet dat zelf niet. Of je gesprekspartner is een bepaald lastig gespreksonderwerp zichtbaar aan het vermijden, terwijl daar vorige keer nog uitgebreid over is gesproken. Kortom… jij voelt nattigheid; er is meer aan de hand! Hoe ga je hier mee om? Wat zegt de Oplossingsgerichte aanpak hierover?

Ik zou héél flauw kunnen zijn en deze kwesties af kunnen doen met één Oplossingsgerichte quote: “The cliënt is always right”.

Maar vooruit, dat zal ik niet doen 😉

Als volledig losstaand coach of therapeut is er zeker wat voor te zeggen dat je je houdt aan ‘work with what comes to you’ (punt!), zoals Insoo Kim Berg het zei. Maar velen van ons hebben ook een rol vanuit hun organisatie. Verwacht wordt dat wij studenten motiveren, cliënten bewegen tot bepaald gedrag, of onze medewerkers meenemen in de organisatiedoelstellingen.

Vanuit dat oogpunt ‘bemoeien’ we ons misschien terecht met onze gesprekspartner?

Het is wel zo dat we vanuit de Oplossingsgerichte aanpak een aantal dingen niet doen:

  • Confronteren (‘Als ik het zo hoor is […] aan de hand maar wil jij het daar niet over hebben’)
  • Oordelende vragen stellen (‘Is het niet zo dat hier […] speelt en dat het goed is het daar over te hebben?’)
  • Vragen naar oorzaken om het te hebben over wat erachter zit (‘Dus het loopt niet lekker. Waardoor denk je dat dat komt?’)

Wat kunnen we wel doen? Er zijn 2 mogelijkheden:

A : Je wil het gaan bespreken

1. Realiseer je dat je het coachen loslaat en je gaat ‘bemoeien’

Als we Oplossingsgericht coachen, helpen we de ander zijn eigen doelstellingen te vervullen met eigen oplossingen. (opnieuw PUNT 😉 )
Gaan we in het gesprek met onze eigen gedachten over andermans leven aan de slag, dan hebben we zelf een doel. Hopelijk vanuit onze rol en vanuit goede bedoelingen 😉

We gaan niet ongemerkt deze lijn over, maar staan hierbij stil. We maken dan namelijk zorgvuldiger afwegingen of we dat echt willen doen (liefst namelijk zo min mogelijk), en hoe we dat doen.

2. Bemoei je voorzichtig

Je kunt dit doen door een zorg voor te leggen aan je gesprekspartner:

  • “Mijn zorg is dat je door je andere werkzaamheden in de problemen komt met het afronden van je afstudeerproject. Herken jij die zorg?”
  • “We kennen elkaar nu al langere tijd en ik wil heel graag dat het goed met je gaat. En ik weet dat je zelf heel graag weer aan het werk wil en voor je gezin wil zorgen. Mijn zorg is dat je terecht komt in een relatie die dat in de weg zou kunnen staan. Heb jij die zorg ook?”
  • “Vorige keer vertelde je over [probleem X]. Mijn zorg is dat het misschien lastig is daar nog over te praten. Klopt die zorg?”

We toetsen op deze manier onze zorg. En vergis je niet, dat vraagt om zorgvuldigheid. Duw je te hard en ruikt het naar ‘Dat vind jij toch zeker ook?!’, dan werkt het niet.

Als we een lijst met bewijsvoering opnoemen (‘Dit is duidelijk een probleem want […] en […]’) dan werkt het ook niet want dan schiet de ander in de verdediging.

We moeten zo min mogelijk – maar nét genoeg – info geven zodat de ander weet welke zorg we voorleggen.

En we moeten echt een vraag stellen, écht nieuwsgierig zijn of de ander onze zorg deelt.
Zo niet, dan gaan we daar ook volledig in mee; ‘Oh jij niet? Vertel!’
We laten ons dan door de ander geruststellen door hier op door te vragen.

B : Je laat je gedachten los en richt je helemaal op je gesprekspartner

Volgens mij was het Steve de Shazer die zei ‘Voel je een oordeel opkomen?… Neem dan snel een aspirientje en wacht tot het over gaat!’

Heel vaak is het een goed idee om onze eigen ideeën te laten voor wat ze zijn en ons eerst maar eens helemaal te richten op waar onze gesprekspartner mee komt.

Zorg ervoor dat je goed aansluit op waar de ander mee komt. En je kunt bijvoorbeeld tussendoor toetsen of het gesprek nuttig is.
Als je gesprekspartner jou uitlegt wat nuttig is in het gesprek, helpt dat eigenlijk ook om jou als begeleider gerust te stellen dat je het niet hoeft te hebben over andere dingen. Dat het gesprek al zinvol is voor de ander.

Dit kan bijvoorbeeld door de ‘nuttigheids-drieslag’ te vragen:
1. ‘Is dit nuttig?’ /  ‘Is dit gesprek tot zover zinvol?’
2. Zo ja: ‘Wat is nuttig?’  Zo nee of bij twijfel: ‘Wat zou het nuttiger voor je kunnen maken?’
3. ‘Hoe is dat bruikbaar voor hoe je verder wilt?’

 

Samengevat: wat je kunt doen als je nattigheid voelt

Je maakt dus een keuze: bemoeien of loslaten.
Dat kan voorafgaand aan het gesprek zijn (waardoor je goed kunt nadenken over hoe je je zorg formuleert bijvoorbeeld). Maar natuurlijk ook tijdens een gesprek. Je voelt je zorg opkomen en gaat bijvoorbeeld eerst maar eens inzoomen op het nut van het gesprek.

Nu ben ik voor vandaag weer helemaal ‘uitbemoeid’ en rest mij niets meer dan te hopen dat dit blog zinvol is! 😛

Succes!

Meld je nu gratis aan

voor Solvitas Tips

Ontvang 1 x per maand de Solvitas Tips, met praktische tips over Oplossingsgericht Werken

(Zo’n 2000 mensen gingen je voor)

Maak kennis met onze Trainingen en workshops
Ik zoek een training voor... Mijn team Mijzelf
LinkedIn
Share